Paragraaf

Financiering

Ontwikkelingen geld- en kapitaalmarkt
Voor het aantrekken van nieuwe financieringsmiddelen hebben we te maken met de geldende rentepercentages in de markt. Ten aanzien hiervan verwachten we op dit moment een ontwikkeling als volgt:
De lange rente (10-jaars ruilrente (swaprente))  vertoond op het moment van schrijven van deze paragraaf een fragiel evenwicht. Door een  ongekende wereldwijde verruiming van geld dat de economie wordt ingepompt om de mondiale economie te stutten, die als gevolg van de Coronapandemie in een vrije val is geraakt. In gewonere tijden zouden dit soort maatregelen tot gierende inflatie leiden, met als gevolg dat lange rentes fors zouden oplopen. Echter, hier is totaal geen sprake van, al stijgt de goudprijs wel al tijden,  de inflatieverwachtingen blijven vooralsnog laag. Ten aanzien van de economische ontwikkelingen (ook onzekerheid over een eventuele 2de golf in het najaar van 2020)  is er de angst dat de naweeën van de coronapandemie vooral ook in 2021 voelbaar zullen zijn, zeker zolang er geen vaccin gevonden is.

De vraag is of de ongekende steunmaatregelen toch niet ergens gaan knellen. Het maakt het nu extra lastig om een voorspelling van de rente voor over ruim een jaar te doen. Het lijkt in eerste instantie allemaal nog iets lager te kunnen, maar zitten wij nu op een trendbreuk van al tientallen jaren dalende rente? Gaat bijvoorbeeld globalisering een andere dimensie krijgen? Marktverkenningen houden echter geen rekening met een renteverhoging in de nabije toekomst. Een zogenaamd Japan-scenario (langdurig lage rentes) lijkt de meest aangegeven weg, of kan de rente toch anders worden? Een bandbreedte tussen -0,20% en +0,20% voor het komende jaar lijkt een redelijk aanname met de kennis van nu, waarbij de actuele rente per 27 juli 2020 op -0,19% staat.

De (korte) rente van de ECB blijft op 0,0%, en om geld uit te lenen aan de ECB moeten partijen nu 0,50% betalen (voor banken geldt nu een getrapt systeem, tevens kunnen zij nu via speciale leenprogramma's zelfs tegen negatieve rente bij de Europees Centrale Bank lenen). Op basis van marktverkenningen schatten wij per saldo voor 2021 een rente voor kortlopende leningen (<1 jaar) serieus beneden 0%. In de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing wordt er rekening mee gehouden dat de feitelijke rente anders kan verlopen. In de alinea (3.2.1.) over renterisicobeheer blijkt dat de kosten van een eventuele rente stijging gedempt wordt door een grotere spreiding van de leningenportefeuille dan de minimale spreiding die de wettelijk kaders voorschrijven.

In de doorrekening van de begroting gaan wij voorzichtigheidshalve uit van gemiddeld 0% voor korte leningen in 2021. Bij de lange rente voor nieuw aan te trekken leningen gaan wij uit van gemiddeld 1,0% in 2021. In die prijzen van de nieuwe leningen houden we rekening met een zogenaamde liquiditeitstoeslag, die de afgelopen periode op het niveau van circa 0,3% bij een 10-jaars lening beweegt.

Met betrekking tot de Wet schatkistbankieren streven wij er naar in 2021 geen geld onder te brengen in de schatkist, echter ontwikkelingen met betrekking tot negatieve rentes en rekening-courant saldi kunnen er voor zorgen dat er mogelijk incidenteel geld in de Schatkist gestort dient te worden.  

Om de nationale schuld en het Nederlandse begrotingstekort te beheersen, zijn er afspraken gemaakt tussen het Rijk en de gemeenten. Deze afspraken zijn in een wet vastgelegd, de zogenaamde Wet Hof (Houdbare overheidsfinanciën). In de komende septembercirculaire worden de nieuwe referentiewaarden opgenomen, alhoewel wij ons kunnen voorstellen dat dit nu verre van prioriteit heeft gezien de huidige coronacrisis.

Eind 2014 is de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (RUDDO) als onderdeel van de Wet Financiering Decentrale Overheden (FiDO) aangepast. De beperkingen die zijn opgelegd gaan minder ver dan bij de overige publieke entiteiten. De ratingeisen voor de mogelijke tegenpartijen zijn aangepast aan de huidige realiteit, dat willen zeggen dat er wettelijk nu een single A-rating als ondergrens geldt. Wij hanteren in ons treasurystatuut voorlopig nog een ondergrens van AA-. Vanuit spreiding in de financieringsvormen ligt de voorkeur bij nieuwe financieringen niet op de eerste plaats bij de inzet van rente-instrumenten. In de prijzen van de nieuwe leningen houden we rekening met een zogenaamde liquiditeitstoeslag, die de afgelopen periode op het niveau van circa 0,3% bij een 10-jaars lening beweegt.

De administratieve organisatie van de treasuryfunctie is georganiseerd conform het door ons in 2014 vastgestelde Treasurystatuut. Naar verwachting zal het Treasurystatuut in samenhang met de aanstaande organisatie wijziging worden geactualiseerd.

Deze pagina is gebouwd op 10/02/2020 14:21:39 met de export van 09/28/2020 17:22:05